De Baybasin taps: harde bewijzen voor manipulatie en vertalingsgesjoemel

gepubliceerd op 30 januari 2016

  Kees van der Plas *

Klik hier voor de PDF-versie

 

In zijn nieuwe boek De Baybasin taps. Een politieke gevangene in Nederland” komt Ton Derksen met hard bewijs voor manipulatie en misleiding in de zaak Baybasin. Al in Verknipt bewijs (2014) had hij aangetoond dat het extreem waarschijnlijk was dat er gerommeld was met telefoontaps en vertalingen. Maar nu heeft hij het bedrog zelf waargenomen.

Geconfronteerd met de nieuwe feiten die in het herzieningsverzoek van 2011 waren aangedragen, had de Advocaat Generaal van de Hoge Raad in 2012 besloten om nader onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal, dat voor 90% uit telefoontaps bestond. Vanaf 2013 zijn daarop getuigen gehoord en nieuwe deskundigenrapporten ingebracht, waaronder ook nieuwe rapporten van Ton Derksen zelf. De zaak kreeg een beslissende wending toen in april 2015 ook de originele geluidsopnamen van enkele cruciale telefoontaps aan de verdediging ter beschikking werden gesteld. Dat was tot dan toe geweigerd.

De onthutsende resultaten van dit onderzoek komen nu langzaam maar zeker boven water. Derksens nieuwe analyse is gebaseerd op de rapportages die hij gedurende het herzieningsonderzoek inbracht. Hij toont aan dat Turkije jarenlang samenwerkte met Nederland om Baybasin uitgeleverd te krijgen. Toen dat mislukte, is met list en bedrog geprobeerd om Baybasin in Nederland zo lang mogelijk gevangen te zetten. Derksen laat zien dat het onderzoek aan de nu beschikbaar gestelde originele taps zijn eerdere conclusies volledig bevestigt. Sterker, dit onderzoek heeft nog veel meer en veel duidelijkere aanwijzingen van manipulatie opgeleverd, inclusief vertalingsbedrog, gepleegd door ondeskundige en onbetrouwbare taptolken in Nederlandse overheidsdienst. Het boek staat er vol mee. Hieronder in het kort een paar voorbeelden.

 

Geheime samenwerking met Turkije

Het Nederlandse OM heeft altijd volgehouden dat er tot vlak voor Baybasins arrestatie in maart 1998 niet met Turkije was samengewerkt. Officier van justitie Hillenaar heeft dit zelfs onder ede tegenover het gerechtshof bevestigd. Maar nieuwe documenten en nieuwe verklaringen, onder andere van Nederlandse politiemensen zelf, tonen aan dat er wel degelijk en zelfs zeer intensief is samengewerkt, onder uiterste geheimhouding.

Eén van de belangrijkste getuigen was T.C., een Nederlandse politieman van Turkse afkomst, die een sleutelrol speelde bij het verwerken van de taps in de tapkamer. T.C. heeft ook veel taps vertaald. Hij heeft nu zelf verklaard dat hij vanaf 1993/1994 wel degelijk intensief samenwerkte met Turkije, ook in de zaak-Baybasin. Hij vloog frequent heen en weer om te overleggen met Turkse politiefunctionarissen, met wie hij ook op hoog niveau goede contacten had. Blijkbaar was dit ondanks alle pogingen tot geheimhouding wel degelijk breder bekend. Vlak voor Baybasins definitieve arrestatie in 1998 ontvingen alle Nederlandse hoofdofficieren nog een brief vanuit de top van het OM waarin nadrukkelijk werd gewaarschuwd voor directe, informele contacten met de Turkse justitie, gezien de deplorabele situatie van de mensenrechten in dat land.

 

 

1995: een bilateraal opgezette val

Al in 1995 had Turkije samen met Nederland een val opgezet om Baybasin te arresteren en hem uit te leveren aan Turkije. Baybasin woonde destijds in Engeland en was nog nooit in Nederland geweest. Hij werd voor een gesprek over de Koerdische kwestie naar Nederland gelokt en aan de Belgisch-Nederlandse grens op spectaculaire wijze aangehouden. Een schoolvoorbeeld van ‘stiekeme’ bilaterale samenwerking tussen Nederland en Turkije. De uitlevering aan Turkije werd uiteindelijk verhinderd door de Nederlandse rechter, omdat Baybasin in Turkije moest vrezen voor zijn leven. Politieman T.C. heeft verklaard dat het tappen begon direct na deze weigering tot uitlevering.

 

Volop ruimte voor rommelen in de tapkamers, technische aanwijzingen die er niet om liegen en een “deskundige”, die vooral het onderzoek vertraagt.

Al eerder was door de verdediging van Baybasin gewezen op de gebrekkige beveiliging van de tapkamers in de jaren 1997/1998. Price Waterhouse Coopers schreef daarover in 2003 een vernietigend rapport. Derksen beschrijft in zijn boek dat er in feite geen enkele bescherming was. In de tapkamers heerste wanorde. Tolken liepen vrij in en uit. Originele banden konden worden overgeschreven, computerbestanden konden worden bewerkt met PC-tools, bestanden konden een nieuwe naam krijgen en konden zo worden geïmporteerd of geëxporteerd, wachtwoorden werden vrijelijk uitgewisseld, zonder dat daar enige controle op was.

Derksen analyseert uitgebreid en vlijmscherp de resultaten van het nieuwe technische onderzoek. Er zijn 30 gesprekken onderzocht, die cruciaal waren voor de bewijsconstructie. Daarin zijn talrijke aanwijzingen voor manipulatie zichtbaar: modemsignalen, beltonen die afwijken van de internationale standaarden, ontbrekende eindegesprekstonen, ontbrekende headers, signalen van een ouderwetse in de jaren 70 in Nederland al uitgefaseerde hefboomschakelaar midden in een gesprek, het onverklaarbaar aanslaan van een tijdmelding, telefoongesprekken naar niet bestaande telefoonnummers. Kortom, een lange reeks van technische artefacten, die alleen vanuit manipulatie van het audio-materiaal verklaarbaar zijn.

Naar deze technische afwijkingen is door twee technisch deskundigen gekeken. De eerste heeft jarenlange ruime ervaring met interceptie o.a. bij de M.I.D., de tweede is weliswaar technisch bedrijfskundig ingenieur, maar mist iedere ervaring met interceptie-telecommunicatie. Deze tweede deskundige is dus helemaal geen deskundige. Beiden zijn het overigens min of meer eens over de gevonden afwijkingen, ze verschillen vooral in de interpretatie ervan. De eerste ziet er zonder meer een bevestiging in van manipulatie, de tweede heeft zich uitgeput in het steeds weer opnieuw bedenken van alternatieve verklaringen, die vervolgens stuk voor stuk van tafel konden worden geveegd. Niet zelden bewijzen zijn argumenten uiteindelijk zijn eigen ongelijk. Maar het lachen vergaat je als hij ook overduidelijke foutieve informatie blijkt te hebben gegeven. Hij citeerde verkeerd of liet ontlastende onderdelen uit gespreksverslagen met derde deskundigen weg. Domheid, slordigheid, of misleiding?

 

Vertalingsgesjoemel                                                                                                                               

Naast nieuwe aanwijzingen voor technische manipulaties zijn er ook nieuwe markante bewijzen voor vertalingsgesjoemel gevonden. Derksen gaat hier uitgebreid op in bij zijn bespreking van de Öge-zaak, waar Baybasin vanuit Nederland opdracht zou hebben gegeven tot een moord in een theetuin in Istanboel. Dit was destijds de enige overgebleven reden voor een levenslange gevangenisstraf. Toen Derksen en de verdediging het originele materiaal zelf konden bestuderen, bleek pas hoe duidelijk het bedrog zichtbaar was. De taps zitten niet alleen stampvol aanwijzingen voor manipulatie, maar zijn ook vaak nog verkeerd vertaald, altijd in ongunstige zin voor Baybasin.

 

Tuin of vluchteling

Het blijkt dat de gesprekken werden vertaald door niet beëdigde, grotendeels Turkse tolken. De belangrijkste tolk was weer de Nederlands-Turkse politieman T.C., die ook de ‘informele’ go-between was voor de Nederlandse politie naar de Turkse autoriteiten toe. De taps zijn door de verdediging voorgelegd aan de internationale expert op het terrein van de Koerdische taal en Koerdisch dialecten, Baran Rizgar. Deze is er na het beluisteren van het originele materiaal zeker van dat er niet over een tuin maar over een vluchteling wordt gesproken. De taptolken hebben aan deze voor het bewijs essentiële zinsnede een foute vertaling gegeven. En de tolken manipuleren er ook in de omringende gesprekken lustig op los. Ook dat blijkt weer vooral uit de originele taps. Er worden bijvoorbeeld ernstig belastende zinnen aan de vertaling toegevoegd, die helemaal niet in de taps voorkomen, zoals een zin over ‘één schot’.

 

Martelingen, weggelaten namen en 20 kg verzonnen heroïne

Aan het slot bespreekt Derksen nog de “drugszaak”, die moest aantonen dat Baybasin indertijd zelf in heroïne handelde. Dit verhaal blijkt aantoonbaar verzonnen door Turkije. Ook hier ligt het bedrog er duimendik bovenop. Een zekere Priescu, een Roemeen, werd in januari 1998 in Turkije gearresteerd voor heroïnesmokkel. Hij verklaart dat Baybasin hem vanuit Nederland telefonisch de opdracht zou hebben gegeven om heroïne te gaan kopen bij ene Korkut. Priescu en ook Korkut hebben later voor een Nederlandse rechter-commissaris verklaard, dat ze tijdens hun verhoor ernstig zijn gemarteld. Een politiefunctionaris uit het Turkse onderzoeksteam verklaarde dat hij er bij was, toen Priescu na martelingen een vooraf door de chef Narcotica in Istanbul opgestelde tekst moest ondertekenen. En ook de Nederlands-Turkse politieman T.C. heeft verklaard van het martelen te hebben geweten.

Maar dat is niet alles. Bij nauwkeurig luisteren van de originele opnamen en na het opnieuw vertalen van de Engelse en Koerdische teksten, blijkt dat Baybasin helemaal niet met Ilie Priescu en Nuri Korkut belt, maar met “Adri” en “Renaz”. De tolken hebben deze namen zonder blikken of blozen uit de vertaling weggelaten, ongetwijfeld om te voorkomen dat de rechter wantrouwig zou worden. Daarnaast zijn in de tapvertalingen verschillende malen cruciale gedeelten van de gesprekken weggelaten of toegevoegd, uiteraard altijd weer in het nadeel van Baybasin. Wel heel bont maken de taptolken het als zij eigenhandig aan de vertaling het getal 40 toevoegen, om de rechter te doen geloven dat er naast de 20 kg heroïne van Priescu en Korkut zelf, ook nog sprake was van 20 kg extra heroïne voor Baybasin in Nederland. En precies op die 20 kg extra, die door de taptolken was verzonnen, is Baybasin veroordeeld.

 

Geen toeval

Wie echt wil weten hoe de zaak Baybasin in elkaar steekt, moet dit boek lezen. De aanwijzingen voor manipulatie van de taps, voor vertalingsgesjoemel en voor het selectief aandragen of achterhouden van bewijsmateriaal zijn nog veel overtuigender dan aanvankelijk gedacht. Derksen toont met voorbeelden  aan hoe vaak er tekenen van technische manipulatie zichtbaar zijn rondom belastende zinsneden. Uit de stroomlijning van de onder marteling afgedwongen verklaringen in Turkije en het nu aangetoonde vertalingsbedrog doemt bovendien een beeld op van een intensieve samenwerking tussen Nederland en Turkije bij het manipuleren en vervalsen van het bewijsmateriaal. De manipulaties van het audiomateriaal, het vertalingsgesjoemel en de in de Turkse politieverhoren onder dwang gedebiteerde leugens stemmen volledig met elkaar overeen. Dat kan echt geen toeval zijn. Derksen toont definitief aan dat er sprake is geweest van misleiding van de rechter en dat ook Nederlandse rechercheurs en Nederlandse officieren van justitie daarbij waren betrokken.

 

Rechtstaat

Baybasin zit onterecht gevangen, nu al 18 jaar, in Nederland. Na Derksens scherpzinnige analyse kan niemand daar meer omheen. De enige vraag is nog hoe lang het zal duren voor de Hoge Raad dit durft toe te geven. Want er is hier sprake geweest van een voor Nederland uiterst pijnlijke gerechtelijke dwaling: een bijna geheel vanuit Turkije geregisseerde strafzaak, waarin een Koerdische activist, wiens naam prominent op een Turkse dodenlijst prijkte, in Nederland tot levenslang is veroordeeld. Een echte rechtstaat, zo benadrukte Derksen nog eens bij de presentatie van zijn boek, kenmerkt zich er door dat ze haar eigen dwalingen erkent en zo snel mogelijk probeert te herstellen.

Maandag 1 februari a.s. zal namens Baybasin een aanvulling worden ingediend op de in 2011 bij de Hoge Raad ingediende eerste herzieningsaanvraag. Hierin zal gedetailleerd worden ingegaan op alle door de deskundigen (waaronder Ton Derksen) nieuw ontdekte bewijzen van manipulatie en bedrog.

 

 

 

* Kees van der Plas is bestuurslid van de Bakker Schut Stichting