Luca Volontè wil dat affaire ‘naar behoren’ wordt onderzocht.
Luca Volontè, het christendemocratische lid van de Raad voor Europa, heeft opnieuw vragen gesteld over het falende beleid van Nederland in de kwestie Demmink. Hij wil een ‘volledig en echt onafhankelijk onderzoek, het liefst met inschakeling van buitenlandse experts.
Volontè vindt, gezien het Europese Verdrag van Lanzarote inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, het uitblijven van een gedegen en onafhankelijk strafrechtelijk onderzoek onaanvaardbaar.
Dit verdrag verplicht de lidstaten immers te waarborgen dat strafrechtelijke onderzoeken naar kindermisbruik zonder onnodige vertraging worden uitgevoerd (artikel 30 sub 3) en dat ter bescherming van het slachtoffer binnen de rechtsgang contact met de dader wordt voorkomen (artikel 31 sub 1g). Ook moeten de aangesloten landen waarborgen dat vervolging van deze misdrijven wordt doorgezet onafhankelijk van het eventueel intrekken van een aangifte door het (bedreigde) slachtoffer (artikel 32).
Volontè vraagt de 47 Ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten zich dit keer duidelijk uit te spreken in plaats van te verwijzen naar het tot nu toe niets zeggende antwoord van de Nederlandse regering. lees meer »
De kans is groot dat eindelijk beweging komt in de affaire-Joris Demmink, nu de voormalig secretaris-generaal van het ministerie van justitie besloten heeft het Algemeen Dagblad te dagvaarden. De krant schreef in oktober vorig jaar dat Demmink in de jaren negentig contacten onderhield met een jongenspooier in Den Haag. De reactie van de topambtenaar komt erg laat. Want de schade is inmiddels zo groot en de internationale druk op Nederland zo heftig, dat zeer binnenkort een elf man sterke delegatie onder leiding van de voorzitter van het College van Procureurs-generaal, Herman Bolhaar, naar Washington vertrekt om de consternatie te beperken.
Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft tot op dit moment 37.644,05 Euro betaald aan advocaatkosten voor de gepensioneerde secretaris-generaal mr.J.Demmink, die de laatste twintig jaar regelmatig geconfronteerd wordt met beschuldigingen over seks met jongetjes.
Volgens minister I.W.Opstelten gaat het om ongefundeerde aantijgingen: ‘Van enige grond voor de juistheid van de beschuldigingen is niets gebleken. Onze rechtsstaat biedt daartegen bescherming. Deze bescherming geldt onverkort ook voor de betrokken ambtenaar.’ Dat is de reden dat de staat betaalt.
De stichting De Roestige Spijker deed begin dit jaar een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur om informatie te krijgen over de financiële en juridische ondersteuning die Demmink krijgt. Directeur-generaalG.N.Roes van Rechtspleging en Rechtshandhavingantwoordt op vrijwel alle vragen. Hij beroept zich op artikel 69 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dat een ambtenaar naar billijkheid schadeloos kan stellen. ´Toepassing van die betaling achten wij aangewezen omdat moet worden aangenomen dat mr.Demmink voorwerp van de publicaties werd in verband met zijn functie bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.´ lees meer »
Voorzitter en de Directeur van het Nederlands Helsinki Comité
Amsterdam, 11 februari 2013
Ref.: Netherlands Helsinki Committee
Benoeming Joris Demmink
Mijne heren,
Ik schrijf u in de hoedanigheid van advocaat van vier slachtoffers van ernstige mensenrechtenschendingen in Nederland danwel Turkije, gepleegd door een hoge Nederlandse justitieambtenaar.
Op 4 oktober jl. is door drie Nederlanders waaronder ikzelf, tegenover uw zusterorganisatie de U.S. Helsinki Commission in Washington kond gedaan van deze schendingen en de gebleken onmogelijkheid daartegen in Nederland adequaat te kunnen optreden. Centraal in de aanklacht staat de rol van de toenmalig secretaris-generaal van justitie Joris Demmink. Voor een verslag van de hoorzitting van die datum verwijs ik u naar de website van de U.S. Helsinki Commission: Zie hier en hier.
De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) heeft, na overleg met de ‘Stichting Bakker Schut Foundation for Universal Rights Research’ (Bakker Schut stichting), een brief gestuurd aan de ambassadeur van Turkije in Den Haag waarin ernstige verontrusting wordt uitgesproken over de bedreigingen, intimidatie en mishandeling van de Turkse journalist Burhan Kazmali.lees meer »
De twee Turkse mannen, Mustafa Y. en Osman B., die op 24 oktober 2012 het Gerechtshof in Den Haag hebben verzocht alsnog de vervolging van Demmink te bevelen wegens seksueel misbruik midden jaren negentig – toen zij 12 respectievelijk 14 jaar oud waren - zijn in Turkije ernstig bedreigd en mishandeld.
De twee Turkse mannen die eerder aangifte deden tegen secretaris-generaal mr. J. Demmink van het ministerie van justitie wegens verkrachting en seksueel misbruik van kinderen beneden de zestien jaar, hebben zich vandaag, woensdag 24 oktober 2012, tot het gerechtshof in den Haag gewend met het verzoek alsnog de vervolging van Demmink te bevelen.
De twee mannen, Mustafa Y. en Osman B., zijn zelf slachtoffer van Demmink. Toen zij twaalf en veertien jaar oud waren, zijn zij door de Turkse politie geronseld, naar een hotelkamer gebracht en door Demmink verkracht. In september 2008 en mei 2010 hebben zij officieel aangifte gedaan bij het Landelijk Parket in Rotterdam. Mustafa Y. is na zijn aangifte in 2008 in Turkije herhaaldelijk bedreigd en mishandeld door een voormalige hoge politiefunctionaris om zijn aangifte tegen Demmink in te trekken. Ook Osman is benaderd met het verzoek zijn aangifte in te trekken.
In deze video vertelt een slachtoffer van een Amsterdams jongensbordeel zijn verhaal. Het gaat om een geschiedenis uit het jaar 1988. De jongen is op 14-jarige leeftijd weggelopen van huis, komt terecht in een crimineel milieu en wordt gechanteerd om te gaan werken in een bordeel aan de Insulindeweg. Hij ontmoet professor G. van Roon die werkt bij de Vrije Universiteit in Amsterdam. Deze hoogleraar brengt hem in contact met een man die zich voorstelt als Joris en deze Joris wil seks op de achterbank van zijn auto. Later zal het slachtoffer, de minderjarige jongen, de man op de achterbank identificeren als Joris Demmink, top ambtenaar op het ministerie van justitie.
Het Openbaar Ministerie is van mening dat de aangiften van de twee Turkse mannen, die topman mr.J.Demmink van het ministerie van justitie beschuldigen van verkrachting en seksueel misbruik ‘onvoldoende’ zijn. Volgens coördinerend officier van justitie rijksrecherche mr.J.van Zijl schiet het bewijs voor een ‘officiële strafrechtelijke verdenking’ tegen zijn hoogste baas Demmink daarom tekort. lees meer »
Op 2 april 2007 heeft Hüseyin Baybasin zijn eerste aangifte gedaan tegen mr. J. Demmink, de secretaris-generaal van het ministerie van justitie. De advocaten van Baybasin hadden Turkse documenten in handen waaruit bleek dat Demmink zich had schuldig gemaakt aan pedofiele sekscontacten met minderjarige jongens in Turkije. Daarnaast bleek uit die documenten dat Demmink als gevolg van deze pedoseksuele contacten is gechanteerd door lees meer »