Pieter Herman Bakker Schut

Pieter Herman Bakker Schut was advocaat. Hij leefde van 1941 tot 2007. Kort voor zijn overlijden kreeg hij van de Amsterdamse Orde van Advocaten de Dekenprijs uitgereikt omdat hij een levenlang een authentieke honger naar gerechtigheid combineerde met een ongehoorde dosis strijdlust. Want Bakker Schut (‘PHBS’) was een bijzondere advocaat.Aanvankelijk lijkt hij voorbestemd tot het bewandelen van de geplaveide paden in de burgermaatschappij. Als zoon van een Haagse topambtenaar gaat hij rechten studeren in Leiden, wordt actief lid van het corps, vormt met andere studenten een erewacht bij het huwelijk van Beatrix en Claus en wordt als dienstplichtig soldaat geselecteerd tot het volgen van de School Militaire Inlichtingendienst (SMID) in Harderwijk. Daar wordt hij onderwezen in de Russische taal en leert hij dat de Rus de grote vijand is. Eenmaal advocaat kantelt dat wereldbeeld snel.

Bakker Schut is nog stagiair bij het gevestigde Amsterdamse advocatenkantoor Blaisse als hij in 1969 optreedt als één van de verdedigers van de studenten die het Maagdenhuis hebben bezet. Hij toont enig engagement met zijn cliënten en dat wordt hem aangewreven. Hij zegt daar later over: ‘Dat leek het snelle einde te betekenen van mijn carrière. Ik kreeg een pleitverbod omdat twee kantoorgenoten vonden dat ik de verdediging had georganiseerd en daarbij een strategie had ontwikkeld die slecht was voor het imago van het kantoor.’(*)

 

Hij neemt ontslag en krijgt vrijwel meteen werk aangeboden bij Max Rood op het kantoor Goudsmit. In die zelfde tijd wordt Bakker Schut een bekende Nederlander als presentator van het televisieprogramma Kort Geding. Hij is scherp, heftig en heeft een groot publiek. Hij is in die jaren één van de oprichters van de Coornhert-Liga, een vereniging voor strafrechthervorming die veel opgekropt ongenoegen over de rechtspleging in Nederland tot uitdrukking brengt. Ondertussen schrijft hij ook een blauwdruk voor een socialistisch advocatencollectief, te financieren door de staat. Max Rood maakt hem duidelijk dat hij met zulke radicale ideeën nooit partner op het kantoor zal worden. Dat heeft Bakker Schut ook nooit gewild. Hij verlaat terstond het kantoor en treedt als docent in dienst bij het Willem Pompe-Instituut van de Utrechtse universiteit.

Strafrecht is nooit zijn echte ideaal geweest, eerder is hij geïnteresseerd in het ondernemingsrecht, het internationaal recht en de buitenlandse dienst. Maar zijn keuze is tenslotte onvermijdelijk en de consequentie van wat hij vindt dat hij moet doen:

 

‘Ik ben in het strafrecht blijven hangen omdat ik mij aan het eind van de jaren zestig zo nijdig maakte over alles wat ik daar tegenkwam. De manier waarop verdachten werden behandeld en dat wij hen, godbetert, zonder dossier moesten verdedigen omdat je als advocaat alleen maar inzage kreeg als de belangrijkste beslissing, die over het voorarrest, al was genomen. Dat was voor mij, met mijn sociaal-democratische achtergrond, heel shockerend,’ zegt hij kort voor zijn overlijden in een laatste interview(*).

De Grote Verandering treedt definitief in bij de verdediging van Luciën van Hoesel, een lid van de Rode Jeugd die in het begin van de jaren zeventig de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) tot ongekende activiteit brengt. Het bewijs tegen Van Hoesel is uiterst pover en Bakker Schut onderneemt hardnekkige en hartstochtelijke pogingen het te ontzenuwen. Wat nog nooit gebeurd is gelukt hem: hij ontbiedt de chef van de geheime dienst in de rechtszaal in Den Bosch om zich te verantwoorden voor de flaters van zijn dienst. De man beroept zich op zijn zwijgrecht maar ook zonder diens antwoorden is na het verhoor de positie van de BVD voor jaren ondergraven.

En via de strafzaak tegen Van Hoesel komt Bakker Schut in contact met het sterk gepolariseerde klimaat in West-Duitsland. ‘Het ingrijpende conflict dat daar in de jaren zeventig en tachtig werd uitgevochten – met dood en verderf op straat en structureel geweld in de rechtszalen en in de landspolitiek – vormde Bakker Schut tot wie hij werd: een compromisloos advocaat die zich met name onderscheidde in de manier waarop hij het concept van de kapitalistische rechtsstaat analyseerde.

Hij deed dat vanaf medio jaren zeventig onder vaak moeilijke omstandigheden en hij deed dat scherpzinnig en met moed. Zonder uitzicht op maatschappelijke erkenning, om van het geld maar te zwijgen. Waarom deed hij het dan wél? Hij was zich ‘alleen maar’ bewust geworden van de machtsverhoudingen in de wereld en van de misstanden waar die toe leiden’(**)

Vanzelfsprekend verbindt hij zich met een aantal gevangenen van de Rote Armee Fraktion in Stuttgart-Stammheim, hij treedt op als hun verdediger en volhardt ook als kort voor het proces tegen de RAF in 1975 de drie meest ingewerkte Duitse advocaten (Kurt Groenewold, Klaus Croissant en Hans Christian Ströbele) door de Duitse overheid worden uitgesloten. Over het strafproces tegen Andreas Baader, Gudrun Ensslin, Ulrike Meinhof, Holger Meins en Jan Carl Raspe schrijft hij een gedegen en gedreven proefschrift ‘Politische verteidigung in Strafsachen’.

Hij gaat in die studie uit van het begrip ‘politieke justitie’ van Otto Kirchheimer – het gebruik van juridische middelen voor politieke doelen. Hij beschrijft hoe achter de façade van de Duitse rechtsstaat een machtsstaat verborgen gaat die zich niets gelegen laat liggen aan zijn eigen wetten en de ideologie van de rechtsstaat.

In obscure bladen wordt hij vanwege zijn politieke exegese van het recht omschreven als ´terrorist in toga´. Onderzoekers beschuldigen hem valselijk het program van de RAF te onderschrijven. Maar hij is altijd en vooral de strafrechtadvocaat die het individu wil beschermen tegen de almachtige staat.

Net als de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984), met wie hij zich zeer verwant voelt, gaat Bakker Schut uit van de relatie tussen kennis en macht. Wat volgens de autoriteit wetenschappelijke kennis is, is niet meer en niet minder dan een machtsmiddel tot sociale controle. Zo beseft de autoriteit meer en meer dat het controleren van de geest een effectiever middel tot controle is dan het straffen van het lichaam, onderzocht Foucault.

En net als Foucault ziet Bakker Schut hoe langzaam het net van politie, justitie en schimmige controle instanties zich sluit rondom het individu. Alles wat Bakker Schut doet is een logisch gevolg van zijn politiek concept, of het nu gaat over immigranten, drugsgebruik of drugshandel, overal ziet hij hoe de staat steeds verder ingrijpt in het leven van de burger. Tegenover vrienden profeteert hij dat zodra drugs legaal worden, handelaren en de aan hun gelieerde en opgeblazen kantoren van strafrechtadvocaten aan de bedelstaf zullen geraken.

In de jaren tachtig gaat Bakker Schut werken als sociaal advocaat en is één van de oprichters van het Amsterdamse Advokaten Kollektief aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam dat ondermeer de actiegroep Rara bijstaat. In 1994 begint hij samen met zijn partner en later echtgenote Adèle van der Plas een eigen praktijk aan huis, het kantoor ‘BSVDP’. Hij staat politieke cliënten bij en drugscriminelen zoals de geliquideerde Sam Klepper en Mink K.

Samen met zijn vrouw is hij jarenlang betrokken bij de verdediging van Huseyin Baybasin, de uit Turkije afkomstige oprichter van het Koerdisch parlement in ballingschap en veroordeeld tot levenslang wegens ondermeer het besturen van een criminele organisatie en moord. Baybasin heeft altijd aangegeven onschuldig te zijn en dat zijn veroordeling gebaseerd is op vanuit Turkije verkregen en gemanipuleerde telefoontaps.

Bakker Schut noemt de zaak Babaysin de meest politieke strafzaak waarmee hij ooit is geconfronteerd. Op 23 april 2006 spreekt hij in het programma ‘Straf en Misdaad’ de hoop uit nog samen met zijn partner de zaak Baybasin te kunnen afronden.
Dat is hem niet vergund. Kort voor zijn dood doet Bakker Schut namens Baybasin aangifte tegen de secretaris-generaal op het ministerie van justitie, Joris Demmink, wegens pedofiele praktijken. Hij is dan al ziek maar blijft strijdlustig tot het eind.

In de jaren zeventig is Bakker Schut een van de oprichters van het Medisch Juridisch Comité politieke gevangenen. Het comité wil gedetineerden die dat nodig hebben van juridische bijstand voorzien, hulp bieden waar die nodig is en zich richten op verbetering van het gevangenissysteem.

De stichting die nu is opgericht en zijn naam draagt is opnieuw de logische consequentie en voorzetting van de strijdlust waarmee Pieter Herman Bakker Schut gedurende zijn leven voor zijn idealen vocht.

===

(*) Strafrechthervormers en hemelbestormers, over de opkomst en teloorgang van de Coornhert-Liga, auteur Hans Smits, uitgave Aksant Amsterdam 2008)
(**) In Memoriam Pieter Herman Bakker Schut, NJB jaargang 82, nr.39, 2-11-2007, auteur Willem van Bennekom